Interview voor De Vagebond (Oktober 2007)
okt 1, 13:08

Wie ben je en wat doe je?
Mijn naam is GerJan van de Kamp. Ik ben redelijk dertig, twee meter lang, glad kaalgeschoren en afgestudeerd in de Theorie en Geschiedenis van de Psychologie, een afstudeerrichting binnen de Sociale Wetenschappen die helaas is opgeheven.

Mijn brood verdien ik als trafficmanager bij een fullservice communicatiebureau. Daarnaast vermaak ik mij met het creëren van muziek onder de naam eRgo (www.myspace.com/ergomusic) en op verloren zaterdagen met het dj-en op en organiseren van alternatieve dansfeesten.
Mijn absolute passie gaat uit naar schrijven (www.gerjanvandekamp.nl). De eerste twee hoofdstukken van mijn eerste manuscript – “Caleidoscoop” – zijn opgenomen in de bloemlezing “Groningse Nieuwe” uitgegeven door Uitgeverij Passage. Ideeën zijn er te over en ondertussen liggen er naast Caleidoscoop reeds drie halve manuscripten op de plank. Met goede vriend en illustrator Maarten Vos heb ik in eigen beheer een alternatieve sprookjesbundel uitgebracht, waarvan in deze editie van Vagebond een fragment is opgenomen.

Hoe ben je geworden wie je bent?
Ik had nooit iets of iemand anders kunnen worden. Of om mezelf eens schaamteloos te quoten:
“‘Je zocht jezelf. En je hoopte dat te vinden door al je vragen beantwoord te krijgen. Maar nu je erachter bent gekomen dat je geen antwoorden nodig hebt om je doel te bereiken, is je doel niet meer het vinden van de antwoorden.’
‘Nee, dat klopt.’
‘Dus: wat is je doel?’
‘Mezelf vinden of zo?’
‘Let op… Je doel ben jijzelf.’”
(Caleidoscoop, hoofdstuk Zes Vragen)

Waarom doe je wat je doet?
Ik geloof dat je jezelf altijd mag gunnen dat te doen waar je het gelukkigst van wordt. En ik word blij van het idee dat iemand zich herkent in een van mijn schrijfsels. Of juist niet en een moment nadenkt hoe het kan dat deze schrijver iets zo anders kan zeggen dan u als lezer verwacht had. En ik word het gelukkigst van de – al dan niet woordelijk gevoerde – gesprekken en discussie die met beide ervaringen gepaard gaan.
Mijn eerste verhalen schreef ik omdat ik in het reine wilde komen met eerder gemaakte keuzes of gemiste kansen. Dat klinkt dramatisch en dat voelde toentertijd ook zo. Mijn eerste gedichten waren de verantwoorde zelfmeelijwekkende liefdesdrama’s. Ik schreef voor mezelf en ervoer een opluchting met het neerschrijven. Soms liet ik één van mijn beide zussen iets lezen en zij stimuleerden mij om meer tijd te nemen om een idee uit te werken. Vaker ging ik persoonlijke belevenissen of levendige dromen opschrijven in de vorm van korte verhalen. Steeds vaker kwamen dezelfde hoofdpersonen voorbij en meer en meer ontwikkelde ik een eigen schrijfstijl. Schrijvers als Mark Z. Danielewski hebben in dit op zicht mijn ogen geopend: zijn boek “House Of Leaves” leerde mij dat ik me niet hoefde te houden aan conventionele schrijfregels en wetten.
Ik begon te schrijven over de theorieën die ik leerde tijdens mijn studie. En dan vooral over de onvrede die ik ervoer wanneer ik probeerde de ingewikkelde filosofieën in het dagelijks leven te gebruiken. En essay-achtige overpeinzingen werden samenhangende verhalen. Een eerste roman idee had zich gevormd. Daarnaast begon ik te experimenteren met andere genres, schreef kinderverhalen en Ronald Giphart verantwoorde bier en sex verhandelingen. Telkens merkte ik dat ik in met mijn eigen stijl een eigen draai kon geven aan bestaande genres en onderwerpen. Ik kon doen – en doe nog steeds – wat ik belangrijk vind: mijn visies, enthousiasmen en drijfveren in mijn schrijven verweven.
Dus ik doe wat ik doe, omdat ik denk dat ik iets nieuws kan brengen. Ik schrijf niet omdat ik niet anders kan of dat ik verhalen in mijn hoofd heb die nu eenmaal geschreven moeten worden. Ik schrijf omdat ik iets te vertellen heb. Ik schrijf voor u, want ik denk dat hetgene ik wil vertellen iets is wat u wilt lezen.

Wat betekent bezieling voor je?
Zonder bezieling zou het leven, je verleden en je dromen betekenisloos zijn. Bezieling is voor mij ‘s ochtends op staan om aan je dag te beginnen. En daar het maximale uit proberen te halen. Bezieling is je bewust zijn van de wereld en de mensen om je heen. Bezieling is de behoefte om mensen deelgenoot te maken van jouw (denk)wereld.
Zonder bezieling kan ik uren achtereen dezelfde drie noten op een keyboard of gitaar spelen zonder de vonk te voelen die mij leidt naar de vierde noot. Of blijf ik middagen en avonden lang naar een wit beeldscherm turen, wachtende op woorden die ik niet zal typen. Iedere keer als ik een zelfgeschreven stuk tekst herlees wil ik de bezieling voelen die ik ervoer bij het eerste typen. Zodra die bezieling ook maar één keer afwezig blijft, kan ik net zo goed de hele lap tekst verwijderen, want ik zal nimmer verder kunnen met het gecreëerde.
Bezieling is het heerlijke en euforische gevoel waarbij je handen niet snel genoeg kunnen typen om je gedachtenstroom bij te houden, je lijf niet uitbundig genoeg kan bewegen om de energie uit te beelden die je krijgt van je nieuwste favoriete liedje of je gezicht niet groot genoeg is voor de glimlach die opkomt als je kat over je been koprolt.

Wat betekent verbeelding voor je?
Verbeelding is alles.
En tevens het grootste strijdtoneel. Want goede verbeelding kan je werkelijkheid zijn, goede verbeelding hoort je werkelijk het te zijn. Of in ieder geval te worden. Goede verbeelding zal zich vermengen met je werkelijkheid en vanaf dan zullen werkelijkheid en verbeelding hand in hand gaan. Maar omdat beide zo verweven raken, wordt het deel verbeelding tevens werkelijkheid. Werkelijkheid voor u op dat moment. En dat is een schitterend iets. Ik heb vaak gesprekken over de strakke grens die men wil trekken tussen feit en fictie. Het blijft echter mijn stellig overtuiging dat zowel feit als fictie beter af zijn als deze grens niet zo strak gehouden. En als er dan toch een grens moet bestaan – voor uwer gemoedsrust – laat deze dan zo diffuus mogelijk blijven.
Dus de beste verbeelding is die verbeelding die werkelijkheid wordt. Dat betekent echter ook dat verbeelding pas geloofwaardig kan worden – in bijvoorbeeld geschreven vorm – als de lezer de mogelijkheid vindt de beschreven verbeelding in zijn of haar werkelijkheid te vermengen. Pas als mijn woorden – mijn geschapen wereld – kleur en vorm heeft gekregen in de werkelijkheid en belevingswereld van u, de lezer, heb ik een waardige creatie geschreven.

Lieve lezer, als dit niet waar is, wat dan nog wel?

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel