De Bange Jongen en De Dolfijn
mei 18, 16:47

Er was eens een jongen, die was bang voor water. Hij durfde nooit te zwemmen. Hij dacht: ‘Als ik zwem, word ik een vis.’ En de jongen vond vissen heel eng. Hij vond vissen heel glibberig. En nat. Dus hij wilde geen vis worden.

Nu is dit een beetje raar. Want iedereen weet dat je helemaal geen vis kunt worden als je in het water zwemt. Mensen kunnen nooit vissen worden! Alleen vissen zijn vissen. En mensen zijn mensen.
Mensen kunnen vissen wel helpen. Mensen kunnen vissen eten geven. En schoon water om in te zwemmen. Dat is heel aardig.
Soms kunnen vissen ook mensen helpen. Echt waar! Een vis kan een mens geen schoon water geven. Maar een vis kan soms wel op een andere manier mensen helpen. Een vis kan heel goed zwemmen. Beter dan mensen. En soms kan een vis daarom mensen helpen. Bijvoorbeeld bij de jongen in dit verhaal.

De jongen die zo bang was voor water kon helemaal niet zwemmen. Want hij ging nooit naar zwemles. Dat vond hij eng.
Hij was nog nooit in het water geweest. Hij was ook nog nooit van de waterglijbaan geweest. Hij was zelfs een beetje bang voor regen!
Het was onhandig dat de jongen bang was voor water. Want hij woonde aan de zee. Zijn vader was namelijk dolfijnenoppasser. Zijn vader had een heel groot bad laten bouwen. En daarin zwommen zieke en oude dolfijnen. Zijn vader verzorgde deze dolfijnen.
De jongen wilde wel mee helpen. Maar hij durfde niet. Hij durfde niet vlakbij het water te komen. Hij was bang dat hij dan nat werd en in een vis zou veranderen.
Zijn vader zei: “Doe niet zo raar, jongen. Dat kan helemaal niet!”
Maar de jongen geloofde het niet.
Zijn vader zei: “Echt waar. Geloof me maar. Ik ga toch ook heel vaak bij de dolfijnen in het water. En ik ben ook geen vis.”
Maar de jongen geloofde zijn vader niet. Zijn vader was helemaal kaal. Misschien was dat wel omdat hij langzaam een vis werd! De jongen vertrouwde dat niet.

En toen gebeurde het. Eén van de dolfijnen ging de jongen helpen. De dolfijn schreef de jongen een brief. Toen de jongen naar de brievenbus liep, was die helemaal nat! Dat kwam omdat brieven van dolfijnen altijd heel nat en waterig zijn.
De jongen was een beetje bang voor de brief. Hij riep zijn vader. Hij riep: “Papa, help! Er zit een heel natte brief in de brievenbus!”
Zijn vader kwam eraan lopen. Hij zei: “Laat mij maar eens kijken.”
Hij pakte de brief en keek ernaar. Hij las wat er op de envelop stond. Er stond: “Dit is een brief voor de jongen die bang is voor water. Deze brief is geschreven door de dolfijn.”
Zijn vader glimlachte en gaf de jongen de brief. Zijn vader zei: “Kijk, deze brief is voor jou.”
Maar de jongen wilde hem niet aanpakken. Niet als de brief zo nat was. Dat vond hij veel te eng.
Zijn vader had een plan. Hij legde de brief in de zon. Dan kon de brief drogen. En als de brief dan droog was, kon de jongen hem lezen. Dan was hij niet meer nat. En dan vond de jongen het vast minder eng.

Die avond was de brief droog. De zon had er op geschenen en al het water was opgedroogd. Vader gaf de brief aan de jongen. Hij zei: “Hier jongen, maak de brief maar open.”
De jongen vond het nog steeds een beetje eng. Maar hij was ook wel nieuwsgierig. Hij had nog nooit een brief van een dolfijn gehad!
Hij pakte de brief voorzichtig aan. Hij keek ernaar. Het was een mooie brief. Het papier was heel mooi schoon. De jongen opende de brief. Dit is wat er in de brief stond:

“Aan de jongen die bang is voor water,

Deze brief stuur ik naar jou. Ik ben een dolfijn. Ik leef in het water. In het water is het heel leuk. Onder water ziet alles er heel mooi uit. En in het water kun je zwemmen! Dat is helemaal niet eng! En je verandert niet in een vis. Dat is echt waar. Als je uit het water gaat, droog je jezelf weer af. En dan ben je weer gewoon een jongen. Kom je morgen bij het grote bad? Dan leer ik je zwemmen! Want zwemmen is hééééééééél leuk! Echt waar!
Tot morgen!

Met vriendelijke groet, De Dolfijn.”

De jongen las de brief wel drie keer. Hij geloofd zijn ogen niet. De dolfijn wou hem leren zwemmen!
Hij liet de brief aan zijn vader lezen. Zijn vader las de brief van de dolfijn en toen zei hij: “Dat is een goed plan! En dan ga ik morgen mee. En dan let ik erop dat alles goed gaat. En dan word je geen vis. Maar dan ben je gewoon een jongen die goed kan zwemmen. Want dan heb je het geleerd van de dolfijn. En die kan het beste zwemmen van alle vissen!”
Zijn vader was heel trots dat de jongen les kreeg van de dolfijn.
De jongen vond het nog wel eng. Maar hij was ook wel benieuwd hoe het zou zijn om les te krijgen van een dolfijn. Hij zei tegen zijn vader: “Oké. Ik ga morgen zwemmen met de dolfijn. Blijf je er wel bij?”
“Natuurlijk. En ik zal goed op je passen.” zei zijn vader.

De volgende ochtend was de jongen heel vroeg wakker. Hij vond het heel spannend om te gaan zwemmen met de dolfijn. Hij trok zijn zwembroek aan. Hij ging aan de ontbijttafel zitten, maar hij at niets. Hij was heel erg zenuwachtig.
Toen kwam zijn vader naar hem toe. Zijn vader zei: “Ga je mee? De dolfijn wacht op je.”
“Ik durf niet zo goed.” zei de jongen.
“Dat begrijp ik wel.” zei zijn vader. “Zullen we toch naar het grote bad gaan?”
“Dat is goed.” zei de jongen.

Toen ze bij het grote bad kwamen, zag de jongen de dolfijn. Hij had zijn dolfijnensnuit boven het water uit gestoken. Hij leek heel blij dat de jongen gekomen was. De jongen ging samen met zijn vader aan de rand van het grote bad staan. De jongen was een beetje bang.
Toen gebeurde het: de dolfijn sprong omhoog en maakte een salto boven het water. De jongen vond dat heel knap en hij klapte. Zijn vader vond het ook leuk en klapte ook.
Toen plonsde de dolfijn weer in het water. En toen kwam er allemaal water omhoog. De jongen werd drijfnat! Hij schrok. Hij dacht: “Help! Nu word ik een vis.”
Het water droop van hem af. Want de dolfijn had hem heel erg nat gemaakt. De jongen keek geschrokken naar zichzelf. Maar er gebeurde niets. Hij werd helemaal geen vis! Hij was gewoon nat! Maar hij kreeg geen vinnen. Of een staart. En zijn haren waren er ook nog steeds. Hij moest hard lachen. Hij was voor niets bang geweest. Hij kon helemaal niet in een vis veranderen.
Hij was blij. Zijn vader was ook blij. Nu was de jongen niet meer bang voor water. De dolfijn was ook blij. Hij deed nog een salto boven het water. En weer plonsde hij hard in het water. En weer werd de jongen drijfnat. De jongen vond het nu heel leuk om nat te worden. Hij sprong in het grote bad. De dolfijn ging onder hem zwemmen. En toen lag de jongen op de rug van de dolfijn. En samen zwommen ze door het grote bad.
De hele dag bleef de jongen in het water. De dolfijn leerde de jongen zwemmen. De jongen leerde heel snel. Want hij vond het water heel leuk. En hij kon ook heel goed zwemmen!
Samen met de dolfijn maakte hij veel plezier.
Toen het avond werd, zei zijn vader: “Kom jongen, we moeten eten.”
“Maar ik wil hier blijven. Want zwemmen is heel leuk!” zei de jongen.
“Ja, dat zal best.” zei zijn vader. “Maar je moet ook eten. Zeg maar tegen de dolfijn dat je morgen weer terug komt.”
En dat deed de jongen. De dolfijn maakte nog een hele hoge salto boven het water. En toen ging de jongen eten. En daarna ging hij naar bed. Hij lag in bed en dacht: “Gelukkig maar dat ik de brief van de dolfijn heb gelezen. Anders had ik nooit zo’n leuke dag gehad En nu kan ik zwemmen!”
De jongen besloot om vaker naar de brievenbus te gaan. Misschien kreeg hij nog wel eens zulke leuk post. Want het gebeurt niet vaak de je post krijgt van een dolfijn!

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel