Het Kruispunt
feb 2, 16:18

Er was eens een jongen, die heel verdrietig was.
Dat kwam omdat hij op een kruispunt woonde. Nu denk je misschien: Maar dat is toch niet zo erg? Daar hoef je toch niet verdrietig om te zijn?

En misschien heb je wel gelijk. Want van een kruispunt hoef je niet verdrietig te worden.
Maar deze jongen was wel verdrietig. Maar dat kwam niet door het kruispunt. Dat kwam omdat zijn ouders waren gescheiden.
Zijn moeder woonde links. En zijn vader rechts. Zijn ouders praatten niet meer met elkaar. Ze waren heel boos op elkaar. Ze waren niet boos op de jongen. Alleen maar op elkaar.
Als hij hier op het kruispunt woonde, kon hij ze allebei zien. Links woonde zijn moeder en rechts zijn vader. Ze konden elkaar niet zien. Dat was wel goed. Anders gingen ze weer ruzie maken.
De jongen vond het heel naar. Hij woonde nu helemaal alleen op het kruispunt.
Hij wist niet zo goed wat hij moest doen. Hij vond zijn moeder heel lief. En zijn vader ook.

(tekening Maarten Vos)

Soms keek hij naar links. Daar was zijn moeder. Die zei dan: ‘Kom je bij mij wonen?’
Maar de jongen wist het niet. Want als hij bij zijn moeder woonde, zag hij zijn vader niet. Dan miste hij zijn vader heel erg.
Soms keek hij naar rechts. Daar stond zijn vader. Die zei ook: ‘Kom je bij mij wonen?’
Maar als de jongen bij zijn vader woonde, miste hij zijn moeder.

Hij wist niet zo goed wat hij moest doen.
Hij wilde dat zijn ouders weer met elkaar gingen praten. En weer bij elkaar wonen. Dat zou makkelijk zijn.

Dan ging hij weer bij zijn ouders wonen. Dan waren ze alle drie weer blij.
Dan was hij bij zijn moeder en bij zijn vader. Dan hoefde hij niemand te missen.
Maar zijn ouders wilden niet met elkaar praten.
Ze bleven boos op elkaar.

Soms gaat dat zo. De jongen wist dat ze nooit meer bij elkaar zouden gaan wonen. Hij wist dat ze nooit meer met elkaar zouden praten. Dat wist hij wel.
En daarom zat hij nu op het kruispunt.
En hij wachtte.
Waarop, dat wist hij niet.

Hij was nu heel verdrietig. Maar hij wist dat het verdriet weer over zou gaan. Hij kon niet altijd verdrietig blijven.
En daarom woonde hij nu op het kruispunt.
En hij wachtte.
Hij wachtte tot hij niet meer verdrietig zou zijn.

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel