De Pendelaar & De Put, hoofdstuk 1
sep 28, 16:28

De ochtenden waren het mooist. Hij zorgde er altijd voor rond zonsopgang wakker te worden om zo de zon en het landschap te kunnen begroeten. Boven het kleine haardvuur hing hij dan een ketel water voor een verse bak koffie en nam vervolgens plaats op het zelfgemaakte bankje naast de voordeur.

Wit
apr 29, 11:29

Mijn tenen omklemmen de witte pedalen van de roze citybike. Een donkerbruine capuchon klappert in de nachtelijke bries tegen mijn ongeschoren wangen. Mijn lippen zijn getuit, mijn wenkbrauwen gefronst en mijn voorhoofd gerimpeld. Ik laat de paniek mij omhullen als een warme deken.

Verkeersbordenblues
mrt 11, 22:12

De verkeersborden flitsen voorbij, terwijl hij met zijn kleine auto over de snelweg raast. Zo laat in de avond zijn er weinig andere auto’s op de weg en daarom kan hij het gaspedaal ver in trappen. Enkele kilometers terug stopte de rij lantaarnpalen plotseling, waardoor hij nu alleen maar die paar meters voor hem – opgelicht door zijn eigen koplampen – kan waarnemen.

Waterschade (bijdrage De Labiel)
jan 12, 19:09

Het is 30 oktober en het is laat. Niet alleen kan men al bijna spreken over de volgende ochtend vroeg, maar tevens ben ik te laat. Veel te laat. Ik ben zowel vijf minuten over tijd als enkele uren. Als je het mijn moeder vraagt, zal zij het laatste beamen. Mocht je Cynthia ooit spreken dan zal zij eerder zeggen dat het de vijf minuten waren die haar de das om deden. En wanneer je haar onder vier ogen treft, zeg haar dan dat het me spijt. Voor zover het nu nog uitmaakt.

Tunnel (ProzaProeven 8-3-2005)
jan 12, 19:06

“Volg mij maar…”
Mijn Jezus draait zich om, zonder op antwoord te wachten. Hij is het duister ingelopen en wanneer ik hetzelfde doe, ben ik hem reeds kwijt. Enkele tientallen meters verder het duister in, zie ik een lichtpuntje langzaam mijn kant op komen. Hij loopt rustig – met een sjekkie in zijn mond – naar me terug.
“Ja, als het zo de hele tijd zal gaan, dan ben je natuurlijk ten dode opgeschreven!”
Ik lach om deze lugubere uitdrukking. Hij niet.
Hij draait zich weer om.

Caleidoscoop: Het Begin
jan 12, 19:04

Het begint in een soort ei, dat net genoeg ruimte biedt om in een foetushouding te kunnen liggen. Met mijn handen gevouwen voor mijn borst en mijn voeten rustend tegen mijn billen luister ik naar mijn ademhaling. In en uit. Steeds in hetzelfde tempo, in en uit. Voor de rest niets. Er is niets en er gebeurt niets. Of ik mijn ogen open of dicht heb, maakt geen verschil. Ik voel dat ik met mijn ogen knipper, maar zie geen verandering. Ik heb geen besef van tijd en kan dan ook met geen mogelijkheid zeggen hoe lang ik hier al ben. Misschien een paar uren, misschien reeds dagen. Misschien al zolang ik besta, hoelang dat dan ook mag zijn.

Caleidoscoop: Proloog
jan 12, 19:03

Een klein grauwwit veertje blijft tussen mijn wijs- en middelvinger steken als ik mijn hand door mijn haar haal. Ik prik het plakkerige pluimpje vast op het oude prikbord dat aan één spijker boven mijn wegstoffende bureau hangt. Nog een paar weken en de kurkenplank zal over een vol verendek beschikken. Glimlachend loop ik door mijn kleine éénkamerwoning op de derde verdieping. Nadat ik mijn bord, waarop het genuttigde avondeten inmiddels is aangekoekt, van de bank heb verwijderd, gooi ik de kleren die ik morgen aan zal doen alvast op de versleten armleuning. Ik kijk uit over het slagveld van losse cd’s en kapotte cd-hoezen op de grond voor mijn stereo om een geschikt slaapmuziekje te kiezen. Iets zonder gitaren deze keer. Met een theemok wijn in de hand ga ik op de rand van mijn bed zitten. De mok leeg ik met één grote slok om vervolgens onder de groezelige dekens te kruipen, terwijl de wekkerradio genadeloos op 00:01 springt.

"Mijn Drie Vrienden" Hoofdstuk 1 (ProzaProeven 9-1-2007)
jan 11, 19:10

De bedoeling was om na het toiletbezoek door te spoelen. Gewoon, zoals dat hoort. Maar blijkbaar ging er iets mis. Het doorspoelen op zich ging wel redelijk, maar tot mijn grote verbazing werd ik zelf ook meegetrokken door de draaikolk die in de pot verdween. Terwijl ik over het roze toilet met het bloemetjesmotief op de bril gebogen stond, schoot een straal water uit de troebele afvoer omhoog en leek een hand te vormen die mijn rechterpols vastpakte. Geschokt en gruwelend viel ik voorover en schuurde met mijn schouders langs de glad de wanden van de afvoerbuis.

nieuwer