Een Schaduwballet
sep 7, 12:52
Nogmaals sjor ik mijn overvolle rugzak iets hoger op mijn heupen om er achter te komen dat dit weinig zal helpen: iedere spier, iedere pees, iedere huidcel en ieder haartje van mijn lijf doet ondertussen zeer, is beurs en is het beu.
Met een zachte kreun maak ik dan ook de banden van mijn donkerblauwe metgezel en beul los, en laat deze op het donkere mos naast de eeuwenoude boomstronk glijden.
Een vijver. Alhoewel, wellicht is dit niet zozeer en vijver als wel een meer. Een meertje wel te verstaan. Een doorsnee van een meter of tien schat ik, omringd door overhangende bomen en struiken, waardoor de kant niet goed te zien is. Alleen waar ik nu op de oude stronk ga zitten lijkt een opening naar het gitzwarte water te zijn.
Het is nacht. Of in ieder geval zo laat dat de maan reeds schaduwen maakt en ik hondsmoe ben. Ik heb dan wel geen klok of wat voor tijdsaanduiding ook bij me, maar die twee criteria zeggen mij genoeg. Het is nacht. Erg laat op zijn minst. Ik kijk om me heen en zie tot mijn blije verrassing enkele meters naar links een vlak stuk van ongeveer drie bij drie meter in het mos dat achter de begroeiing aan het water ligt. Met mijn laatste krachten sleep ik mijn buitenproportioneel gevulde rugzak naar deze mosplaat en zoek graaiend in de mond van mijn nylon kofferbak naar mijn lichtgewicht tentje. En terwijl de inhoud van mijn rugzak om mij heen regent, vind ik het onnatuurlijk groene gevaarte – dat nog nadruipt van de regen van de vorige nacht – en begin deze op te zetten.
Terwijl achter mij een zacht gefluister begint.
Verschrikt draai ik me om, blijf met mijn voet achter de haring haken die ik zojuist in het mos aan het duwen was, struikel en val achterwaarts over mijn rugzak om zo met mijn achterhoofd tegen een dunne den te belanden die deel uitmaakt van het zevental dennen dat mijn mosplaat omringt. Klungelend werk ik mezelf weer omhoog en klop de takjes en naalden van mijn kleding. Ik vloek met overgave. In het Duits deze keer.
Dan draai ik me naar het donkere water, want naar mijn mening kwam het gefluister daar vandaan. Of was het slechts een geritsel van een nachtelijk actief dier? Maar terwijl ik mezelf hiervan probeer te overtuigen, hoor ik het opnieuw en moet tot mijn spijt concluderen dat dit geen geritsel, maar gefluister is. De woorden versta ik – nog – niet, maar ik hoor wel degelijk één of meerdere stemmen. De lettergrepen die worden gevormd lijken laag boven het water te blijven liggen en met de golven naar mij toe te worden gebracht. Hypnotiserend. Tegelijk vervreemdend en rustgevend. Naargeestig, maar ook verwelkomend. Verwarrend, dat zeker.
Ik ben in dubio: blijf ik hier en zet mijn tentje op om aldoende een vreemde nacht te beleven met onverstaanbare stemmen? Of ren ik met mijn tas nog half open zo snel mogelijk hier vandaan om in het holst van de nacht een nieuwe slaapplek proberen te vinden? Ik verwonder me over de rustige manier waarop ik over deze twee keuze nadenk. Achteraf heb ik me namelijk meermaals afgevraagd waarom ik die nacht niet banger ben geweest. Niet simpelweg in blinde paniek ben geraakt, alles heb achtergelaten en ben weggehold.
Nog meer verwonder ik me echter over mijn uiteindelijke keuze. Al begrijp ik nu, zoveel tijd later, waarom dit één van de beste keuzes is geweest die ik ooit heb gemaakt. Zo niet, de beste keuze. Ik besluit te blijven.
— GerJan van de Kamp
Reageren gesloten voor dit artikel