"Mijn Drie Vrienden" Hoofdstuk 1 (ProzaProeven 9-1-2007)
jan 11, 20:10

De bedoeling was om na het toiletbezoek door te spoelen. Gewoon, zoals dat hoort. Maar blijkbaar ging er iets mis. Het doorspoelen op zich ging wel redelijk, maar tot mijn grote verbazing werd ik zelf ook meegetrokken door de draaikolk die in de pot verdween. Terwijl ik over het roze toilet met het bloemetjesmotief op de bril gebogen stond, schoot een straal water uit de troebele afvoer omhoog en leek een hand te vormen die mijn rechterpols vastpakte. Geschokt en gruwelend viel ik voorover en schuurde met mijn schouders langs de glad de wanden van de afvoerbuis.

Cirkelend glijd ik nu naar beneden door het fel verlichte riool. De pijp waar ik doorraas is net breed genoeg voor mijn gestalte al schrapen mijn ellebogen pijnlijk langs de slijmerige wand. Meerdere malen voel ik een braakreflex opkomen, maar nimmer duwt mijn maag zijn inhoud via de slokdarm omhoog. Niet alleen hoef ik geen enkele keer over te geven, maar ook hoef ik geen adem te halen. Dit laatste stelt me gerust, want ik hoef derhalve ook niet te ruiken welke ranzige geuren hier op te pikken zijn. Met gestaag toenemende snelheid glijd ik door de rioolpijp.
Op verschillende punten komen andere buizen op de mijne uit. Ik vraag me af of ik nog meer mensen tegen ga komen die op eenzelfde manier hier verzeild zijn geraakt. Maar ik hoor en zie niets of niemand behalve het kolkende water, dat met grote snelheid om me heen suist. Nog enkele spannende bochten, een kleine vrije val en een ring van flitsende discolichten totdat ik opeens naar beneden stort om vervolgens in een gore, dampende drek terecht te komen. Ik ga kopje onder en voel mijn billen op een ondergrond terecht komen. Snel zet ik mijn voeten neer, zak enkele centimeters weg, richt me op en kom tot mijn oksels uit de dikke vloeistof. Nu ben ik helaas wel verplicht adem te halen en dat waar ik bang voor was wordt bewaarheid: het stinkt hier zo gruwelijk dat mijn avondeten zich een weg naar buiten zoekt. Maaltijdsoep ziet er blijkbaar hetzelfde uit bij het binnen gaan als bij het verlaten van je lijf. En smaakt en voelt ook redelijk overeenkomstig.
Verdwaasd kijk ik om me heen en aanschouw de nieuwe omgeving. Mijn rioolbuis steekt een meter boven mij uit de beschimmelde wand en er sijpelt nu slechts een dun straaltje water uit. De poel waarin ik ben beland is niet heel groot en wederom fel verlicht. Het lijkt alsof de vloer onder water licht geeft en de troebele stralen die door de brij heen weten te dringen, creëren schaduwen van mijn uitgestrekte armen op het koepelvormige plafond. Tot mijn opluchting zie ik dat er slechts twee meter van mij vandaan een soort van looppad langs de dampende poel ligt. Ik zwoeg me door de drab, de stank, de uitwerpselen en de halfvergane stukken toiletpapier. Een tampon ter grootte van een tennisbal glijdt langs mijn hand. Mijn voeten zakken telkens enkele centimeters weg als ik mijn gewicht verplaats en iedere keer dat ik beweging in de drek teweegbreng, maak ik kennis met een volgende ranzige geur.
Ik grijp naar de rand, maar krijg weinig grip omdat het steen erg glibberig is. Aangekoekte uitwerpselen nestelen zich onder mijn nagels, terwijl ik al mijn krachten moet gebruiken om houvast te krijgen. Wanneer ik mezelf eenmaal op de kade heb getrokken, ga ik buiten adem op de grond liggen, sluit mijn ogen en wacht tot de misselijkheid verdwijnt.
Toch wel fijn zo’n marmeren vloer. En dat nieuwe lavendelluchtje maakt het ook een stuk beter vertoeven. Vreemd trouwens dat ik niet doorweekt ben en geen opgedroogde drab op mijn kleding voel. Ik open langzaam mijn ogen en ontwaar zes tegeltjes met wijze spreuken langs de beige geverfde wanden. Ook hangt er een kalender met blije beertjes net naast een glimmend schone wasbak. De spiegel die boven de bak aan de wand is bevestigd, is beslagen en ik zie dat iemand met lippenstift een telefoonnummer op het weerspiegelende glas heeft gekalkt. Ik duw mezelf behoedzaam overeind van de verwarmde vloer, sta opgelucht op en loop de badkamer uit. Ik heb zo’n hekel aan mensen die hun toilet en de douche in een-en-dezelfde ruimte hebben gebouwd. Wie gaat er nu ooit poepen en douchen tegelijk?

Na in de keuken een nieuwe voorraad drank in de vorm van een sixpack Heineken te hebben gevonden, kom ik terug in de muffe, zweterige, overvolle woonkamer. Harde muziek, een grote hoeveelheid aanwezige mensen, rijkelijk vloeiende alcohol en bakken chips en nootjes: er lijkt hier een feestje aan de gang te zijn.
“Waar bleef jij zo lang, heb je weer lopen rukken?”
“Rukken doe je niet lopende,” antwoord ik.
“Je zou het eens moeten proberen. Het schijnt een geheel nieuwe ervaring te zijn.”
Elke lettergreep wordt gevolgd door een rochel of een gniffel en om de zoveel tijd een hik. Drie onderkinnen schommelen mee en de zweetdruppels van zijn voorhoofd glinsteren fel in het karige licht. De glimlachende irritante wijsneus begint suggestief zijn wenkbrauwen op en neer te bewegen en fluistert een opgedirkt meisje met een minuscuul rokje – waaronder ik zowel haar gelige slipje als zijn roze hand ontwaar – iets in het oor, terwijl hij oogcontact met mij houdt. Het grietje schatert het vervolgens uit en neemt mij van top tot teen op. Ik vind het wel een strategische zet om een biertje in hun richting te gooien en mezelf vervolgens wijselijk in de andere hoek van de woonkamer te plaatsen. Bier vlekt toch niet.
Helaas kom ik nu uit bij dat ene meisje. U kent ze wel; op elk feestje zijn er een paar van die verdwaalden waarvan niemand weet waarom ze überhaupt zijn binnen gelaten. Ze kennen geen ziel en zijn slechts aan het parasiteren op iemand anders zijn bier- en chipsvoorraad. Het zijn dezelfden die aan het eind van zo’n feestje hopen te worden meegenomen door een willekeurige aanwezige om eens een goede beurt te krijgen.
Dit maal is het een meisje van halverwege twintig. Ze heeft witblond haar dat ze in een strakke staart draagt. Haar make-up is overdadig en ze lijkt veel te nette kleren hebben aangetrokken voor een feestje als dit. Ongemakkelijk zit ze op de grond en laat een leren tasje op haar kruis rusten, terwijl ze bezorgd langs haar uitgestrekte benen naar haar overduidelijk dure laarzen kijkt welke ondertussen veelvuldig zijn overspoeld met drank en nootjes. Als ik me in kleermakerszit naast haar nestel en haar kant op kijk om zo de boze reacties van mijn goed gemikte worp te negeren, jat ze een van mijn bierflesjes en begint mij met allerlei verhulde en minder verhulde verzoeken te bestoken. Aangezien ik geen kans zie binnenkort van plaats te kunnen wisselen met één van de andere aanwezigen, besluit ik haar te vertellen over mijn ervaring in het toilet. Ze begrijpt me in het geheel niet, maar is zo verrukt met de aanspraak, dat ze lief glimlacht en zegt blij te zijn dat ik nu in ieder geval niet meer stink, want dan had ik niet in de buurt mogen komen.
(GECENSUREERD) Ik vertel haar dat stank een heel goede aanvulling kan zijn op een goede beurt, kijkend van de vele vrijpartijen in toiletten van discotheken en cafés. Ze reageert met een zeer irritant hoog schaterlachje. Vervolgens kijkt ze me geilig aan en vraagt of ik dat wel eens heb gedaan.
“Het was de eerste keer dat ik van mijn moeder naar een discotheek mocht,” begin ik anekdotisch. “Ik was twaalf en het was een avond van vele eerste keren. Mijn eerste Amsterdammertje – een glas bier dat in heel Nederland een Amsterdammertje heet behalve in Amsterdam – mijn eerste gebroken neus, – ik had geloof ik iemand aangestoten tijdens mijn enthousiaste en ongecontroleerde dansbewegingen op 2 Brothers on the 4th Floor – en mijn eerste keer sex.”
Ze glimlacht. “Oh, wat lief!”
Ze kruipt tegen mij aan en kijkt verwachtingsvol naar me op, terwijl ze met een ferme teug haar bierfles ledigt.
“Ja, dat was het inderdaad”, vervolg ik. “Ik stond te plassen voor zo’n urinoir, zoals dat mag heten, toen ze achter me kwam staan. Ze was halverwege de dertig schat ik en nam het zware karwei van me over. Ik stond nogal perplex en het eigenlijke doel van mijn blaas legen, ging derhalve niet zo heel goed meer. Ze begon mijn penis op de maat van het vierde nummer van 2 unlimited die avond af te trekken. Ik sloot mijn ogen en met een gelukzalige glimlach begon ik het plezier van het naar de disco gaan te begrijpen. In één ruk trok ze vervolgens mijn broek naar beneden en stak haar wijs- en middelvinger zo diep in mijn anus dat ik er scheel van keek en de hele muur onderspoot. Mijn sperma gleed langzaam langs de besmeurde muur naar beneden.”
Mijn toehoorster begint een beetje zenuwachtig te glimlachen en om haar heen te kijken. Ze blijft naast me zitten, maar probeert ondertussen koortsachtig – en tevergeefs – oogcontact te maken met een van de andere gasten.
“De dame in kwestie pakte me vervolgens in een soort van houtgreep en duwde me op de grond,” vertel ik verder, terwijl ik een peuk opsteek en er haar ook één aanbied. Ze slaat mijn aanbod af en schuifelt wederom ietwat van me vandaan. “Ze kwam vervolgens wijdbeens boven me staan en piste in mijn gezicht. Tussen de vloedgolven door zag ik dat ze geen slipje droeg, iets wat ik toen ook al vrij opwindend vond. Vervolgens torpedeerde ze zich op mijn half stijve geslacht en begon pijnlijk hard op en neer te bewegen. Net toen ik weer bij positieven was gekomen en enige commentaren wilde geven, – ik vond persoonlijk de vloer nogal vies en had ook het gevoel dat mijn geslachtsdeel hier zwaar onder te lijden had – gaf ze me een klap in mijn gezicht en stond op. Ze liet me daar open en zeer bloot op de vloer liggen. Toen pas zag ik dat de halve discotheek om ons heen had gestaan en nu allen gebiologeerd naar mijn gebroken penis keken. Penissen kunnen breken wist je dat? Er zit dan wel geen bot in, maar als je goed je best doet kun je dat spierweefsel wel kapot krijgen. Moet je wel je best doen.”
Mijn aanhoorster ziet een beetje bleek en verontschuldigt zich door te zeggen dat ze even naar het toilet moet. Ik heb haar niet meer gesproken die avond. Nooit meer trouwens.
(EINDE CENSUUR)
Met mijn rug tegen de koude verwarming kijk ik besluiteloos naar de twee pakjes sigaretten die ik in mijn handen houd. Zal ik nog een kretek opsteken en dus het pakje uit de linkerhand openen? Of ben ik eigenlijk al te misselijk voor nog meer kruidnagelsigaretten en neem ik een peuk uit het pakje Gauloisse in mijn rechterhand? Ik zal mijn goede vriend Rutger eens om hulp vragen. Deze is namelijk zojuist naast mij neergevallen en heeft de inhoud van zijn bierfles over mijn broek gegooid. Ik open voor hem het laatste flesje uit het sixpack en houdt hem vervolgens sprakeloos mijn dilemma voor. Hij kijkt even in opperste concentratie naar de twee pakjes, haalt vervolgens zijn schouders op en pakt een peuk uit beiden, welke hij simultaan aansteekt. Hard lachend steel ik de kruidnagelsigaret.
“Heb je het leuk?” schreeuwt mijn compaan in mijn oor.
“Zeer zeker wel, mijn waarde Rutger.”
Deze laat een harde boer, moet daar vervolgens zelf hard om lachen en terwijl hij de tranen uit zijn ogen veegt, vraagt hij: “Wie geeft dit feestje eigenlijk?”
“Zij daar,” en ik wijs hem het meisje in de hoek van de kamer. In kleermakershouding zit ze met een gestresste kat op schoot. Ze heeft zwart geverfd haar, wat ze in een halve knot heeft opgestoken, waardoor enkele plukjes langs haar gezicht vallen. De lange zwarte rok die ze draagt gaat schuil onder een laag blonde kattenharen en haar slanke figuur tekent zich sierlijk, sexy maar subtiel af in het zwarte shirtje dat ze draagt. Ze praat met niemand, maar regelt slechts de muziek. Vooral krakende demo’s van hardcore- en doommetal bandjes uit de stad. Ze kijkt niet echt blij. Mijn God, wat is ze mooi.
“Wie is dat dan eigenlijk?”vraagt Rutger.
“Geen idee, een vriendin van Mees denk ik.”
Nog steeds kijk ik gebiologeerd naar het meisje dat met een glas wijn in haar hand momenteel ietwat verdwaasd de aanwezige gasten in de kamer bestudeert. Alsof ze zich afvraagt waar al deze mensen vandaan komen. Dan is echter de muziek weer even stil gevallen en buigt ze zich andermaal over haar stereo. Hoe druk het ook is in deze woonkamer, het lijkt alsof zij in een bel van rust en eenzaamheid zit.
“Wie?” mompelt Rutger.
“Ach jongen, Mees. Je weet wel, onze goede vriend en metgezel.”
“Homo,” en hij staart met een vies gezicht voor zich uit.
Ik gniffel en richt mij tot mijn dronken vriend.
“Hoe gaat het met het scoren, waarde Rutger?”
“Wat is een waarde Rutger trouwens? Je zegt dat heel vaak, maar ik heb geen idee wat ik me daarbij voor moet stellen.”
“Een waarde Rutger is een Rutger die het op feestjes leuk vindt om bier rond te gooien, sigaretten te stelen en desperaat op zoek te zijn naar potentiële vrouwen.”
Breed glimlachend kijkt hij me aan en het speeksel spettert tegen mijn wang als hij antwoordt: “Dat ben ik dus!”
“En hoe gaat het dan met het scoren, waarde Rutger?”
“Waarde Rutger heeft toch zeker drie keer oogcontact gehad met dat lekkere chickie daar. Die met dat blonde haar. Dus waarde Rutger verwacht dat dat nog wel wat gaat worden vanavond!” Ik zoek de dame in kwestie en lokaliseer haar aan de andere kant van de kamer. Het is de juffrouw met de gele onderbroek en de vreemde hand tussen haar dijen.
“Maar vindt je het dan niet vervelend dat het lekkere chickie momenteel haar tong in iemand anders’ mond heeft gestoken?”
“Ach, als ze wist wat ze mistte, dan zou ze deze zuigactie omzetten in een bijtactie en direct hierheen komen.”
“Ik help je hopen,” zeg ik voorzichtig.
“Bedankt,” glimt Rutger. “En dat meisje dat net hier naast jou zat, gaat dat nog wat worden vanavond?”
“Ligt niet in de planning,” antwoord ik naar waarheid.
Waarop Rutger losbarst in een verhaal over al zijn vorige vrouwen en hoe en waar hij die had gevonden, maar hoe ze toch telkens bleken niet zijn ware te zijn en hij dus maar weer op zoektocht was gegaan naar volgende projectjes.
Ik raad hem aan om nog eens een lading drank voor ons te halen, wat mij de gelegenheid geeft het meisje dat het feestje heeft georganiseerd verder te bestuderen. Terwijl ik rustig de Gauloisse sigaret oprook – die ik tussen Rutgers vingers heb weggeplukt aangezien hij de peuk onaangeroerd liet opbranden – gluur ik zo onopvallend mogelijk naar het meisje dat mijn hart sneller doet kloppen. Na een minuut of vijf – nog steeds is Rutger niet terug – slaat ze haar ogen op. Volgens mij huilt ze! Wat maakt een mooi meisje als zij toch zo verdrietig? En waarom dan een feestje geven? Lichtelijk morbide als je het mij vraagt. Het lijkt een beetje op zelf je begrafenis in scène zetten om vervolgens te kijken wie er komen en wat men over je te zeggen heeft. Stiekem ben ik wel benieuwd wie er op mijn begrafenis zullen zijn. Als het dan moet, laat het dan ergens in de herfst plaatsvinden. In de regen. Met goede, zware, langdradige muziek op de achtergrond waarbij niemand het droog zal houden. In de stromende regen, paraplu’s verboden. Zodat al mijn vrienden, kennissen, familieleden en alle anderen die denken daar aanwezig te moeten zijn, doorweekt en verzopen naar mijn huis zullen terugkeren. Waar dan een groot Gothicfeest moet worden gehouden. Zal zij daar ook zijn?
“Drinken kerel. Niet mijmeren, maar drinken.” Vakkundig heeft Rutger me weer gedoopt met een plens bier en mijn haren gevuld met de inhoud van een door hem gescoord bakje met nootjes. “En zit niet zo verlekkerd die kant op te kijken. Je zit te kwijlen. Je lijkt haar kat wel.”
Die ligt inderdaad ook te kwijlen.
De rest van de avond vermaken we ons opperbest met veel bier en ongein, iets waar feestjes toch wel de beste plek voor zijn. Dan staat Mees op, hij gaat richting huis is zijn mededeling. Na overleg komen Rutger en ik erachter dat zijn huis ook ons huis is en concluderen tevens dat Mees de enige is die een huissleutel heeft meegenomen, waarop we ons bij hem aansluiten. Als in een kleine polonaise verlaten we het feest.
Het schitterende meisje met de kat is niet opgestaan om ons uit te laten. Ik sta nog even te dralen in de deuropening, maar het lukt me niet oogcontact met haar te krijgen. Enigszins teleurgesteld omdat ze niet heeft opgekeken bij ons toch redelijk luidruchtige vertrek, draai ik me om en zoek in de hoge stapel kledingstukken mijn jas. Gedrieën bewegen we ons naar de voordeur. In de gang staan twee meisjes in een innige omhelzing verstrengeld: tongen en handen overal.
“Het zou verboden moeten worden”, vermeldt Rutger. “Weer twee verloren in de strijd. Geen wonder dat tegenwoordig nergens meer goede vrouwen te vinden zijn. Ze duiken allemaal op elkaar! En als we nou mee mochten doen, maar nee hoor!.”
“’t Is een schande”, concludeer ik.
“Maar wel een plaatje…” vult Mees mij aan.

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel