Oranje
mei 1, 12:05

En zo is het: een veld aan mensen trekt voorbij. Als een keizer kijk ik over de hoofden, niet zozeer keurend als wel observerend.

Een veld aan mensen trekt voorbij. Als een korenveld wuiven de hoofden, de haren, gezamenlijk van links naar rechts. Almaar bewegend zonder een stap vooruit te komen. Kilometers ver weg en tegelijk dichtbij genoeg om aan te raken. Te ruiken, te proeven zelfs. Een veld aan mensen trekt voorbij. Geel als een korenveld. Met één stip rood. Of niet perse rood als meer oranje. Ik ruik het. Ik ruik jou. Ik ruik oranje, de mooist gekleurde geur die bestaat.
En terwijl alle gezichten strak naar voren en in de holle leegte staren, kijk jij mij aan. Al is het maar een tel, het is de tel waarin ik mijn toekomst zie: jij hoort bij mij, want jij maakt mij tot wij. In een zee van geel stopt één stip oranje. Een smal pad lijkt te ontstaan van jou naar mij. Ik stap van mijn troon, dat eigenlijk een beklad en doorgezakt parkbankje is. Mijn handpalmen voelen klam aan en dan steekt een briesje op die mijn vingers verkoelt en jouw haren losmaakt. Nogmaals kijk je naar mij en nu maakt een glimlach zich los van je mond. Je glimlach nodigt mij uit en ik volg. Want het pad is breder geworden, zo breed dat het belopen dient te worden. Naast dat ik dit wil, zie ik in dat ik dit simpelweg moet. Ik schud onhandig mijn vingers los en zet een stap op het nu onmetelijk brede pad tussen jou en mij. Zo breed als het pad is, zo smal is het tevens. Want binnen het eenmalig knipperen van mijn ogen zit ik in een kroeg.
Het is romantisch donker en de vlam van een eeuwenoude kaars weerspiegelt in je gretige ogen. Je haren dansen nog steeds. Nu door de manier waarop jij je onzekerheid oplost door ermee te spelen. Alles aan je zegt ja, als ik je hand pak en je over de tafel onhandig en liefdevol zoen.

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel