two-house-fish(3)
nov 4, 16:24

Natuurlijk kan een baard niet staan. Uiteraard is er een manspersoon aan deze baard verbonden. Dat is immers wat men mag verwachten bij een dergelijke baard en ook deze keer is dit het geval: onder de baard zien we een groezelig geel t-shirt waarvan de mouwen slordig zijn afgeknipt met hier en daar wat brandgaten op de borst. Dan een blauwe, gerafelde, kort afgeknipte spijkerbroek, gevolgd door twee benen met aangekoekte modder en een paar smerige blote voeten.

Boven het vele witte baardhaar en juist onder een woelige witte haardos zien we een paar twinkelende blauwe ogen. Wat volgt is een gebruinde hand met donkere rouwranden onder de nagels die rustig de baard kamt. Ergens tussen al het haar en tussen de gebruinde vingers door ontwaren we een glimlach. Een warme, welkome glimlach van schone, rechte tanden en een stokje dat tussen al dat wit en ivoor beweegt in een aanstekelijk ritme. De glimlach is uitnodigend. Zo uitnodigend dat niet alleen Lou en Lau, maar zelfs ik – en naar verwachting ook jij – haar zullen beantwoorden.
‘En wat hebben we hier?’ vraagt de manspersoon, terwijl de glimlach onverminderd straalt. ‘Hoe komen jullie twee hier verzeild?’
‘Via de trap’, antwoord Lau glimlachend en naar waarheid.
‘Logisch,’ lacht en knikt de baard. ‘Zin in een kop thee?’
Terwijl Lou gretig ja knikt, probeert Lau nog wat sociaal verantwoorde uitingen te brengen in de trant van: ‘we willen u niet tot last zijn’ en ‘we zijn slechts op doorreis’ en ‘alleen als u heeft’. Lau negerend pakt baardmans Lou bij haar arm en leidt haar naar het dichtsbijzijnde huisje. Met de tandenstoker wenkt hij Lau hen te volgen.
En zo lopen Lou, Lau en baardmans op een pad van schelpen over de rug van de grote grijze walvis. Slechts enkele tientallen meters scheidt de trap van het eerste knusse huis en op de veranda ontwaren we een volgende persoon. Het betreft een dame ditmaal. Ze is gekleed in een sportieve hotpants en een kort topje wat veel van haar diepgebruinde huid bloot laat. Haar bruine haar is ruim doorvlochten met grijze haren en het geheel is in een gestylde coupe geknipt. Haar gehele voorkomen is nonchalant en naturel, een stijl waar ze zo te zien iedere dag uren aan kwijt is. Ook haar gebruinde gelaat kent een enthousiast brede glimlach. In herhalingvallend vraagt ook zij: ‘En wat hebben we hier?’
‘Precies wat ik me ook afvroeg! Wat lijken wij toch schitterend veel op elkaar!’ lacht baardmans, terwijl hij Lou op de kleine trap naar de veranda leidt. Met een grote knipoog wordt ook Lau welkom geheten en de gestylde dame pakt hem bij de beide schouders om twee klapzoenen op zijn wangen te planten.
‘Welkom! Welkom!’ roept ze enthousiast in Lau’s oor.
Schaapachtig lacht Lau naar haar, laat zich naar de grote de houten tafel die op de veranda staat leiden en neemt plaats tegenover Lau, die door baardmans reeds in één van de grote tuinstoelen is neergezet. Op de tafel staan vier glazen met stomende thee. Alsof het duo in het huisje reeds in afwachting was op het duo uit het bos.
Lou en Lau kijken gezamenlijk en bedenkelijk van de glazen thee, naar elkaar, naar het gebruinde paar dat nu gearmd aan het hoofd van de houten tafel staat, nog eens naar elkaar en weer terug naar de glazen thee. Schouderophalend leunen Lou en Lau synchroon achterover en pakken beiden een glas dat het dichtstbij staat. Lou diept haar sigaretten op uit haar zwarte rugtas, terwijl baardmans reeds aan komt snellen met een grote schelp die blijkbaar dienst gaat doen als asbak.
Comfortabel loungen Lou en Lau in de grote stoelen op de veranda. Nu pas voelen ze hoe moe ze zijn. Lau begint wat slaperig te worden en zijn lange gaap wordt wederom beantwoord door glimlachende gezichten.
‘Maak het je gemakkelijk!’ zegt de gestylde dame tegen Lau. ‘Voel je thuis is ons huisje! Ons huis is jullie huis! Mi casa es su casa, zoals ze ook wel eens zeggen! Wat jullie maar nodig hebben, vraag het ons en we helpen jullie op weg. Wij zijn Alice en Andrew en dit is ons stulpje. We waren eigenlijk nog niet eens zo lang bij elkaar voordat we onze eerste kennismaking hadden met de twee-huizen-vis, niet waar, Andrew?’
Geknik vergezelt nu de glimlach van baardmans.
‘Nee, nog niet eens zo heel lang’ vervolgt Alice. ‘We waren één van onze eerste wandelingen met zijn tweeën aan het maken, als jullie het willen geloven of niet, toen Andrew ineens zei dat hij een bord in de lucht zag hangen. Weet je nog, Andrew? Ik geloofde er niets van, maar onze Andrew hier wist me te overtuigen om toch echt even omhoog te kijken. Nou, bang waren we zeker! Wat dat bord ook mocht zeggen! En net als jullie blijkbaar hebben gedaan, zijn we wel omhoog gegaan, hoe erg ik stiekem ook protesteerde. Het leek me erg onveilig, zie je, zomaar op een grote vis stappen. Maar Andrew, hij is een echte avonturier – veel meer dan ik – hij stapte zonder pardon op de staartvin! Nou, toen moest ik natuurlijk wel volgen! Ik wilde echt niet in mijn eentje op de wal blijven staan en zo eenzaam af moeten wachten wat er misschien nog meer ging komen! Toen we na de lange klim boven kwamen, zagen we het eerste huisje, dit huisje dus, en ik wilde er gelijk niet meer weg. Andrew zei nog: “laten we eerst de rest eens inspecteren”, dat zei je, niet waar Andrew?’
Geknik en glimlach, terwijl Andrew nu ook aan de grote tafel is gaan zitten en een kop thee ter hand heeft genomen. Alice staat nog en vertelt met veel armgezwaai verder.
‘Maar ik zei: “Nee, ik wil hier blijven” dat zei ik, “Later kunnen we nog wel wat verder kijken, maar voor nu is het hier prima!” Nou, en zo zijn wij hier beland. En zo zijn we hier nog steeds…’
In afwachting van aansporende vragen leunt Alice ver over de grote tafel en een speelse glimlach van voldoening verschijnt op haar lippen als Lau een blik werpt op haar decolleté.
‘Hoe lang zijn jullie hier dan al?’ is de eerste vraag die Lau kan verzinnen.
‘We hebben geen idee!’ Alice springt op de plaats. ‘Niet waar, Andrew?’
Hoofdgeschud en glimlach deze keer.
‘Werkelijkwaar geen idee! Goh, grappig dat we ons dat al een tijdje niet hebben afgevraagd, toch Andrew? Maar het zal niet zo lang zijn: ik kan me het moment dat we hier aankwamen nog herinneren als de dag van gisteren. Wat een genot vonden we het om hier op deze veranda plaats te nemen, weet je nog Andrew? Heerlijk even zitten en bijkomen van de lange klim. En grappig genoeg stonden er twee glazen dampende thee op de tafel. Alsof we werden verwacht! En wat nog vreemder was, was dat zowel Andrew als ik dat de gewoonste zaak van de wereld vonden! Ach, nu kijk ik niet meer op van de soms vreemde gebeurtenissen hier. Je went eraan. Zoals je aan alles went, zeg ik altijd maar. Zelfs aan Andrew!’
Alice lacht bluderend luid en met oncharmant veel speekselproductie om haar eigen grap en na enkele tellen vervolgt ze:‘Geen idee dus hoelang we hier zijn. Echt geen flauw benul. Welke dag is het vandaag?’
‘We begonnen onze klim naar boven op de drie-en-twintigste van januari,’ verklaart Lau.
Al deze tijd rookt Lou haar sigaret en kijkt rustig de tafel rond. Ze hoort het geratel van Alice maar deels aan: ze is opgelucht even te kunnen zitten en probeert zich mentaal klaar te maken voor wat komen gaat. Wat dat ook mag zijn.
‘Ooh,’ lacht Alice, ‘dan zijn we slechts een paar weken hier. Toch Andrew?’
Even is de glimlach van Andrews gezicht verdwenen. ‘Nou, dat ligt er maar net aan’, mompelt hij. ‘Welk jaar is het?’
Alice proest het uit bij deze vraag, alsof Andrew zojuist gevraagd heeft of hij voeten onder zijn knieën heeft. Ditmaal regent het speeksel over de tafel en is Lau genoodzaakt enkele spetters van zijn gezicht te vegen, voordat hij met zijn nuchtere antwoord haar doet verbleken.
‘Het is twee-duizend-negen.’
Beiden vallen stil. Lang stil. Lou gaat wat rechterop zitten in afwachting van het antwoord. Lau zet zijn glas thee geluidloos op tafel en kijkt naar het duo. Alice heeft de de rugleuning van Andrews stoel vastgepakt en lijkt bij te komen van een lichte paniekaanval. Andrew kamt wederom zijn baard. Zonder glimlach ditmaal.

— GerJan van de Kamp

---

Reageren gesloten voor dit artikel